|
De geschiedenis van Bert Moritz is doordrenkt met benzinedampen en verbrand rubber. Hij heeft een zware rechtervoet en kwam daar abrupt achter toen hij midden jaren ‘70 in een Formule Vee race zijn auto in de duinen smeet.
We leerden toen ‘classic' Bert Moritz kennen; ‘power on, tail out and opposite lock'. De wagen was afgeschreven maar de onlangs overleden Jaap Luyendijk spoorde de ongeschonden maar geschrokken jonge coureur aan weer in een auto te stappen. De rest is geschiedenis.
Bert Moritz reed in diezelfde zeventiger-jaren de Zweedse Volvo Cup, pakte z'n eerste podium, en maakte vervolgens de overstap naar de Alfa Romeo 1600
Super. Deze cupraces waren vaak spectaculaire wedstrijden waarbij blikschade niet werd vermeden. Er werden echter ook steeds betere resultaten geboekt. Samen met zijn broer John, die ook nu nog verantwoordelijk is voor de bouw en preparatie van de auto's, startten ze in begin jaren ‘80 in een brute Chevrolet Camaro met meer dan 350 pk.
Er werden talloze kampioenschappen naar huis gereden tegen een sterk concurerend veld deelnemers. Het waren de gloriejaren van het Moritzteam toen ze mannen als Hans Heyer, Tom Walkinshaw en Hans-Joachim Stück het nakijken gaven.
De periode die daarop volgde was lange tijd een ongelijke strijd toen Moritz met een Ford Mustang het moest opnemen tegen evolutie modellen van Mercedes en BMW. De Duitse autogiganten verschenen steeds vaker met fabrieksauto's terwijl uit de Mustang geen enkel pk-tje meer te persen viel.
Na een bezoek aan de fabriek van het Britse merk Marcos werden de Moritzen laaiend enthousiast om deze auto in te gaan zetten voor een Super Car Cup (nu Dutch Supercar Challenge). Die kennis- making leidde ertoe dat Moritz zijn hart aan het merk verpand heeft.
Bert Moritz is in 2006 nog steeds een geduchte uitdager. Een respectabele carrière met opvallende resultaten, niet alleen achter Hollandse dijken maar ook in de woestijn tijdens de Dakar-Rallies.
‘Eat my dust' was daar namelijk net zozeer van toepassing als in de duinen van Zandvoort. |